Welkom bij The Edit, een andere kijk op ons
Jaar- en Duurzaamheidsverslag.

Innovatieve en verregaande samenwerkingen zijn voor ons essentieel om ons doel − fossielvrij leven binnen één generatie − te bereiken. Daarom hebben we mensen uit verschillende vakgebieden met uiteenlopende ideeën uitgenodigd om hun mening met ons te delen over een aantal belangrijke onderwerpen uit ons Jaar- en Duurzaamheidsverslag 2021. We hopen dat hun verhalen inspireren en stof tot nadenken geven.

Ons volledige Jaar- en Duurzaamheidsverslag 2021 vind je hier

Anna Borg, President en CEO Vattenfall

"Dit is niet onze duurzaamheidsstrategie, het is onze bedrijfsstrategie, en die is duurzaam."

Anna Borg, President en CEO, Vattenfall

Partnerships die verder gaan

Om morgen fossielvrij te kunnen leven, moeten we vandaag al verder kijken dan wat gebruikelijk is. Verder dan hoe we altijd alles hebben gedaan. Verder dan wat van ons wordt verwacht. Verder dan wat men zegt dat mogelijk is.

Bij Vattenfall is die gedachte de drijvende kracht achter alles wat we doen. We moeten verder gaan dan alleen zelf fossielvrij te worden. We werken samen met partners buiten onze eigen sector om fossielvrij staal te produceren, vliegtuigbrandstof duurzaam te maken en de oplaadinfrastructuur voor elektrische voertuigen aanzienlijk op te schalen. Kortom, we maken de industrieën die de grootste invloed hebben op de manier waarop we allemaal leven CO2-vrij.

We moeten ook verder kijken dan alleen naar het klimaat. Hoewel het klimaat centraal staat in onze strategie, blijven we ook onze bijdrage vergroten aan alle zeventien duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN met initiatieven gericht op biodiversiteit, ondersteuning van de circulaire economie en verbetering van de mensenrechten in onze hele waardeketen.

Maak kennis met onze gastschrijvers

Om morgen fossielvrij te kunnen leven, moeten organisaties over traditionele grenzen heen kijken en nieuwe denkwijzen benutten. Dit betekent het verkennen van nieuwe invalshoeken en het samenbrengen van uiteenlopende, soms contrasterende meningen. 
 
Onze gastschrijvers bieden The Edit veel verschillende standpunten. Ze zijn opinieleiders met uiteenlopende achtergronden – van een student-milieuactiviste tot een ondernemer, van een academicus tot een televisiepresentator. Ieder van hen heeft een actueel vraagstuk of casestudy uit Vattenfalls Jaar- en Duurzaamheidsverslag 2021 als uitgangspunt genomen, en vertelt waarom dit zo belangrijk is.

Fatih Birol

Uitvoerend directeur van het Internationaal Energieagentschap, staat op de Time 100-lijst van ’s werelds meest invloedrijke mensen in 2021.

Vinisha Umashankar

16-jarige studente, innovator, milieuactiviste, finaliste van de Earthshot Prize, spreker op TEDx en de COP26 World Leaders’ Summit.

Stefan Ytterborn

Ondernemer, oprichter van POC en CAKE, zelfverklaarde ‘koppige changemaker’ in design en productontwikkeling.

Kevin McCloud

Ontwerper, schrijver en populaire televisiepresentator met een bijzondere interesse in duurzame architectuur en design.

Per Espen Stoknes

Psycholoog met een doctoraat in economie, politicus, TED-spreker over de psychologie van klimaatontkenning.

Knut Ivar Karevold

Psycholoog met een doctoraat in de economische psychologie en gedragseconomie.

Het jaar in cijfers

2021 was een jaar met veel mogelijkheden om samen te werken op het gebied van klimaatactie, met grote internationale organisaties die stevig aandrongen op actie. Verminderen van de CO2-uitstoot is de juiste keuze vanuit maatschappelijk én zakelijk perspectief. Wij hebben onze ambities voor 2030 verdubbeld en een nieuwe doelstelling gesteld om in 2040 netto nul uitstoot te bereiken.

"Het lijkt misschien niet veel, maar het verschil tussen 2 en 1,5 graden is doorslaggevend." 

Anna Borg, President en CEO, Vattenfall

Enkele kerncijfers van onze weg naar fossielvrij leven

°C​
1.5°
Aangescherpte klimaatdoelen om in 2040 netto nul uitstoot te bereiken in onze volledige waardeketen
SEK  mld.
24
Investeringen in 2021 (2,34 miljard euro), inclusief 11 miljard SEK in windenergie en 6 miljard SEK in elektriciteitsnetten
SEK  mld.
55
Totaal geplande netto-investeringen voor 2022 en 2023 (5,37 miljard euro)
Meer
4x
In bedrijf gestelde zonne- en windcapaciteit toegevoegd in 2030 ten opzichte van 2020
%
55
Verlaging van absolute CO₂-uitstoot van Scope 1+2 sinds 2017
Netto
NUL
In de hele waardeketen in 2040

CO₂-emissie-intensiteit en -doelstellingen (Scope 1 + 2). Donkergroen: 2°C-scenario. Lichtgroen: Scenario aanzienlijk lager dan 2°C (Overeenkomst van Parijs). Blauw: Vattenfall-scenario van 1,5°C.

CO₂-emissies en geïnstalleerde hernieuwbare energiecapaciteit. Donkerblauw: Geïnstalleerd vermogen hernieuwbare energie (MW). Lichtblauw: CO₂-emissies (miljoen ton).

.

De klimaatuitdaging is een energie-uitdaging en bedrijven moeten hun steentje bijdragen

Fatih Birol

Uitvoerend directeur van het Internationaal Energieagentschap

"Ons stappenplan zet in op een volledige herziening van de manier waarop de wereld energie produceert, transporteert en verbruikt."

De energiesector is verantwoordelijk voor bijna driekwart van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, waardoor de wereldwijde klimaatuitdaging eigenlijk een energie-uitdaging is. Het aanpakken ervan vraagt grote inspanningen van de volledige sector – van overheden en bedrijven tot beleggers en consumenten.

Het Internationaal Energieagentschap (IEA) zet zich in om wereldwijd voorop te lopen in de transitie naar schone energie en wil ervoor zorgen dat besluitvormers en het grote publiek beschikken over de best mogelijke data, analyses en beleidsaanbevelingen, om aan een veilige en duurzame energietoekomst te bouwen. Ons baanbrekende stappenplan, Roadmap to Net Zero Emissions by 2050, stippelt een nauw, maar haalbaar traject uit voor de mondiale energiesector om deze essentiële doelstelling voor het verminderen van uitstoot te bereiken, die de wereld een echte kans zou geven om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5°C.

Ons stappenplan zet in op een volledige herziening van de manier waarop de wereld energie produceert, transporteert en verbruikt, om te komen tot een schone, dynamische en veerkrachtige energie-economie die wordt gedomineerd door duurzame energiebronnen zoals zon en wind, in plaats van fossiele brandstoffen. Dit vereist unieke en continue aandacht van overheden over de hele wereld die met elkaar en met bedrijven, investeerders en burgers moeten samenwerken.

Geen enkele stakeholder kan het werk alleen doen. Overheden moeten het juiste beleid uitstippelen en de juiste stimuleringsmaatregelen ontwikkelen. Bedrijven, investeerders en ondernemers moeten de kansen grijpen. En burgers moeten actief deelnemen aan de transitie. Dit omvat hoe energiebedrijven investeren in nieuwe energiediensten, hoe bedrijven investeren in apparatuur en hoe consumenten hun huizen koelen en verwarmen, hun apparaten van stroom voorzien en hoe ze reizen.

Veel energiebedrijven – variërend van grote oliemaatschappijen en energienutsbedrijven − tot aan start-ups en fabrikanten van apparatuur, zien in dat het niet alleen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid is om de klimaatverandering aan te pakken, maar dat er ook enorme potentiële economische en financiële voordelen zijn om voorop te lopen in de transitie naar schone en duurzame energie. We zien duidelijk een nieuwe wereldwijde energie-economie opkomen, aangestuurd door technologieën zoals zonne-energie, windenergie en elektrische voertuigen. Tot nu toe vinden deze veranderingen echter niet snel genoeg plaats om aan de wereldwijde energie- en klimaatdoelstellingen te voldoen.

"Landen die goed zijn voor 90 procent van de wereldeconomie hebben nu netto-nul-doelstellingen bepaald."

We hebben een aantal bemoedigende signalen gezien. Voor en tijdens de COP26-conferentie over klimaatverandering in Glasgow van afgelopen november, hebben nog meer landen – met name India – ambitieuze toezeggingen gedaan om hun uitstoot op netto nul te brengen. Dit betekent dat landen die goed zijn voor 90 procent van de wereldeconomie nu netto-nul-doelstellingen hebben bepaald. Toezeggingen en beloftes alleen zijn uiteraard niet voldoende – het gaat om de uitvoering – maar toezeggingen staan wel centraal in de Overeenkomst van Parijs en we mogen het belang ervan niet uit het oog verliezen.

Vattenfall, Kolibri Film
Vattenfall, Kolibri Film

Offshore windpark Kriegers Flak, Denemarken

Als alle huidige toezeggingen om netto nul te bereiken volledig en op tijd worden nagekomen, zou de wereldwijde temperatuur volgens de IEA-analyse tegen het einde van de eeuw stijgen tot 1,8°C. Dit is een mijlpaal: het is de eerste keer dat overheden doelen hebben gesteld die overeenkomen met het onder de 2°C houden van de opwarming van de aarde – zelfs al is dit nog te weinig om de doelstelling van 1,5°C te halen, we moeten ernaar blijven streven.

En deze netto-nul-toezeggingen moeten worden ondersteund door krachtige en geloofwaardige beleidsmaatregelen om realiteit te worden. Op dit moment gaat onze uitstoot in de verkeerde richting, waarbij de wereldwijde economische opleving in 2021 een enorme toename betekende van het gebruik van kolen en andere fossiele brandstoffen. De weg naar 1,5°C ligt nog open, maar wordt smaller als we nu niet handelen.

"De weg naar 1,5°C ligt nog open, maar wordt smaller als we nu niet handelen."

Wat betekent dit voor energiebedrijven? Het bereiken van netto nul betekent een hoge mate van elektrificatie van veel van onze economieën in sectoren zoals transport, verwarming en industrie. En de hoeveelheid elektriciteit uit CO2-vrije bronnen moet fors toenemen – de inzet van zon en wind moet tussen nu en 2030 aanzienlijk toenemen ten opzichte van het huidige niveau.

De sector voor elektriciteitsvoorziening zal veel kapitaalintensiever worden. Dit komt vooral door de grote toename van duurzame energie en de bijbehorende behoefte aan meer netwerkcapaciteit en bronnen van flexibiliteit, zoals batterijen, het voldoen aan de vraag en CO2-vrije flexibele elektriciteitscentrales, ondersteund door slimmere en meer digitale elektriciteitsnetwerken. Naast CO2-vrije elektriciteit moet er in al onze sectoren veel worden geïnvesteerd in energie-efficiëntie – van huishoudelijke apparaten en auto's tot gebouwen en industriële machines. Een betere energie-efficiëntie vermindert niet alleen het energieverbruik, en daarmee de uitstoot, maar bespaart consumenten ook geld.

Innovatie is verder een essentiële manier om actie te ondernemen. De meeste verlagingen van de wereldwijde CO2-uitstoot rond 2030 in het netto-nul-traject van het IEA, steunen op technologieën die nu beschikbaar zijn. In 2050 is echter bijna de helft van de reducties afkomstig van technologieën die zich momenteel in de test- of prototypefase bevinden. In de zware industrie en het transport over lange afstand is het aandeel reducties door technologieën die momenteel nog in ontwikkeling zijn, nog groter. We hebben al bemoedigende projecten gezien bij de ontwikkeling van fossielvrij staal en vliegtuigbrandstof. Deze en andere projecten vragen om snelle vooruitgang.

"De toekomst is aan degenen die nu stevig actie ondernemen."

Zoals ik al zei, zijn de potentiële winsten enorm. In ons netto-nul-traject zijn er jaarlijkse marktmogelijkheden die in 2050 ruim boven de 1 biljoen dollar uitstijgen voor fabrikanten van windturbines, zonnepanelen, lithium-ionbatterijen, elektrolysers en brandstofcellen. Dit is qua omvang vergelijkbaar met de huidige wereldwijde oliemarkt − en betreft slechts vijf van de vele technologieën en oplossingen voor schone energie die nodig zullen zijn. We zijn allemaal samen op deze reis, maar energiebedrijven moeten tot de koplopers behoren. De toekomst is aan degenen die nu stevig actie ondernemen.

Innovatie is onze enige keuze

Vinisha Umashankar

16-jarige studente, innovator, milieuactiviste

"We moeten de natuur nabootsen en gebruik maken van de energie die zij biedt om onze economieën CO2-vrij te maken."

Sta er eens bij stil: de meeste apparaten in huis, zoals fornuis, oven, koelkast, broodrooster, waterkoker, blender, televisie, wasmachine, droger, vaatwasser, airco, kachel, stofzuiger, lampen en ventilatoren, verbruiken elektriciteit die vooral wordt opgewekt door kerncentrales, waterkrachtcentrales en kolencentrales over de hele wereld. 
 
De wereldwijde vraag naar elektriciteit neemt jaarlijks met 3,5 procent toe en jaarlijks wordt 8 procent meer elektriciteit gewonnen uit duurzame bronnen zoals waterkracht, wind, zon, getijden, geothermie en biomassa. Toch hebben 1,5 miljard mensen nog steeds geen elektriciteit, en hun toegang tot elektriciteit is zo cruciaal voor het bereiken van duurzame ontwikkelingsdoelstellingen wereldwijd. 
 
Hier zit het probleem: elektriciteit uit duurzame energiebronnen neemt snel toe, maar niet snel genoeg om elektriciteit uit niet-duurzame energiebronnen te verslaan. Dit leidt tot een sterke toename van het gebruik van kolen voor het opwekken van elektriciteit, waardoor dit de grootste bron van wereldwijde temperatuurstijging en klimaatverandering wordt. 
 
Dit is een probleem, maar ook een kans! Het is tijd voor innovatie! We moeten elektriciteit op nieuwe manieren opwekken, transporteren en gebruiken. Apparaten die elektriciteit verbruiken, moeten worden vernieuwd om met minder of zonder elektriciteit te kunnen werken, zodat elektriciteit uit duurzame bronnen het sneller kan winnen van elektriciteit uit niet-duurzame bronnen. 

"Om de opwarming van de aarde tot 1,5 graad te beperken en netto nul uitstoot te bereiken, hebben we geen andere keuze dan te innoveren."

Tijdens COP26 werden beloftes gedaan om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 terug te brengen tot 41,9 gigaton, maar dat is heel ver verwijderd van de 26,6 gigaton die we moeten bereiken om de opwarming van de aarde op maximaal 1,5 ºC te houden. Het verschil tussen 2 ºC en 1,5 ºC klinkt misschien niet veel, maar het heeft een grote impact op onze planeet.   

Om de opwarming van de aarde tot 1,5 graad te beperken en netto nul uitstoot te bereiken, hebben we geen andere keuze dan te innoveren. We hebben niet veel tijd! Dus waar beginnen we? De sectoren voor energie, transport, landbouw, industrie, bouw en bosbouw kunnen helpen om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 terug te brengen van 65 naar 20 gigaton.   

De sectoren transport, landbouw, industrie en bouw zijn voor hun energiebehoeften afhankelijk van de energiesector. In deze vier sectoren moet innovatie plaatsvinden om hun afhankelijkheid van de energiesector te verminderen. Het zou helpen om 8.500 kolengestookte centrales stil te leggen, omdat ze ieder dagelijks 9.000 ton kolen verbranden. 

Shihina/iStock
Shihina/iStock

Fenestraria, ook bekend als de vensterplant

Onze elektriciteitscentrales verbranden dagelijks 76.500.000 ton kool! Om dit in perspectief te plaatsen: de CO2-uitstoot van kolencentrales is voldoende om het CO2-budget van 1,5°C te overschrijden. We kunnen de aarde niet blijven opwarmen en afkoelen. We moeten het gebruik van kolen terugdringen en op korte termijn uitfaseren. 
 
Elektriciteit wordt opgewekt ver van de plek waar het gebruikt wordt, en vereist een uitgebreid netwerk van transmissie- en distributiesystemen, wat complex en duur is. Huizen en kantoren moeten in staat worden gesteld om 40 tot 60 procent van hun elektriciteitsverbruik zelf op te wekken, omdat dit de behoefte aan elektriciteitsproductie door kolencentrales zal helpen verminderen. 
 
Aangezien we onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en niet-duurzame energie moeten verminderen, moeten we ook nadenken over wat we eten, over de kleding die we dragen, waar we winkelen, hoeveel we kopen, hoe we reizen en over onze hele levensstijl. We moeten huizen bouwen die lucht en zonlicht kunnen absorberen om ons koel of warm te houden, zonder elektriciteit te hoeven gebruiken. 

"82 procent van de energie in de wereld wordt geproduceerd uit fossiele brandstoffen."

Ken je de vensterplant al? Deze groeit in de Namibwoestijn. Hij begraaft zijn stengel onder het zand en gebruikt de bovenkant als lens om het zonlicht op te vangen, waar cellen fotosynthese uitvoeren om de plant overdag koel en 's nachts warm te houden! We moeten de natuur nabootsen en gebruik maken van de energie die zij biedt om onze economieën CO2-vrij te maken.   

Innovatieve, nieuwe schone energiebronnen zijn van vitaal belang om de klimaatverandering een halt toe te roepen, aangezien 82 procent van de energie in de wereld wordt geproduceerd uit fossiele brandstoffen. Er is ook goed nieuws! Costa Rica produceert 94 procent van zijn energie uit duurzame bronnen. Veel landen verhogen hun productiecapaciteit uit waterkracht en bio-energie om in 2040 netto nul CO2-uitstoot te bereiken.   

Of klimaatverandering nu echt is of niet, het heeft wel degelijk zin om de lichten uit te doen, met koud water te wassen, kleding aan de lucht te drogen, groenten te eten, compost te maken, naar de winkel te wandelen, naar het werk te fietsen, het openbaar vervoer te gebruiken, online te vergaderen, minder spullen te kopen, tweedehands te shoppen, apparaten te repareren, spullen te recyclen, op een e-bike te rijden en bomen te kweken! 

De omslag naar een duurzame toekomst versnellen

Stefan Ytterborn

Ondernemer, oprichter van POC en CAKE

Overstappen van fossiel naar elektrisch is een essentiële eerste stap in wat misschien wel een van de belangrijkste reizen van de mensheid tot nu toe is. Hoewel we het iets anders verwoorden, streven CAKE en Vattenfall hetzelfde ambitieuze doel na: zo snel mogelijk een fossielvrije samenleving realiseren. Dat is een van de redenen waarom we ons inzetten om samen de eerste volledig fossielvrije motorfiets ter wereld te ontwikkelen.

De toekomst van transport zal zonder twijfel elektrisch zijn, en de enorme groei die we verwachten op het gebied van elektrische voertuigen en infrastructuur zal ons helpen op de weg naar een duurzame toekomst. Maar ik ben van mening dat we verder moeten gaan. Om te komen waar we moeten zijn, is het ook nodig opnieuw na te denken over hoe we onze aardse bezittingen consumeren, gebruiken en behandelen.

"Ik begon CAKE in 2016 met de duidelijke ambitie om een zero-emissie-samenleving te stimuleren."

Ik begon CAKE in 2016 met de duidelijke ambitie om een zero-emissie-samenleving te stimuleren door enthousiasme en verantwoordelijkheid te combineren met de ontwikkeling van lichte, stille, schone en krachtige elektrische motorfietsen. Mijn doel was, en is nog steeds, om de overgang naar duurzame toepassingen te versnellen door oplossingen te bieden die een aanzienlijke vermindering van de uitstoot mogelijk maken.

Het aanbieden van groenere alternatieven voor de ruwweg twee miljard voertuigen die momenteel op fossiele brandstoffen rijden, is echter maar één stukje van de puzzel. Een minder besproken factor is het veranderen van onze consumptiepatronen, die door een combinatie van cultuur en faciliterende markten negatieve patronen hebben aangewakkerd die moeten worden aangepakt. Kortom, u en ik als verantwoordelijke consumenten moeten ons huidige gedrag heroverwegen en leren om de producten die we aanschaffen langer te waarderen, te onderhouden en te gebruiken dan we nu doen.

CAKE
CAKE

Model Ösa+, the motorcycle

We moeten allemaal bijdragen

De uitdaging ligt in het veranderen van onze snelheid van consumeren. Onze oplossing is om het algemene concept van een langere levenscyclus van verschillende kanten te bekijken. Voor ons begint het allemaal met het ontwerpen van voertuigen die de tand des tijds letterlijk doorstaan. We bestuderen, zoeken en testen zorgvuldig materialen en onderdelen die voldoende robuust zijn.

Onze allereerste motorfiets, een stevige, maar lichte offroader genaamd Kalk, zag het levenslicht in 2018. Tot op de dag van vandaag blijven we investeren in onze passie voor rijden, die avontuurlijk én uitdagend is, zeker vanuit duurzaamheidsoogpunt. Want als de materialen en onderdelen goed bestand zijn tegen steile hellingen en zwaartekracht, dan is de kans groot dat ze voor het dagelijks woon-werkverkeer beter presteren dan wat dan ook: nu en morgen.

Ontworpen om lang mee te gaan

In vergelijking met de typische motorfiets die fossiele brandstof slurpt, kunnen wij duizenden losse onderdelen uitsluiten, alleen al omdat onze aandrijving elektrisch is. Dit betekent dat er minder onderdelen nodig zijn voor elke motorfiets die onze productielijnen verlaat, wat op zich al goed is voor het milieu. Een ander positief effect is dat er minder onderdelen stuk kunnen gaan en dat de onderhoudsbehoefte tot een minimum beperkt blijft. Natuurlijk dringen we er bij onze klanten op aan goed voor hun motorfiets te zorgen, wat zij meestal ook doen, omdat zij het als een kostbaar object koesteren, net als wij.

Het verlengen van de levenscyclus van onze motorfietsen is onze bijdrage en onze algemene plicht tegenover mensen en onze planeet. Wat is die van jou?

Waarom stadsverwarming goed nieuws is voor ons allemaal

Kevin McCloud

Ontwerper, schrijver en populaire televisiepresentator

"Afvalwarmte van elektriciteitscentrales, koelinstallaties in supermarkten en datacentra wordt nu beschouwd als een hulpbron in plaats van een hinderlijk bijproduct."

IJsland is een land waar ik van hou, vooral midden in de winter. Het is een land van vuur en ijs, wind en watervallen, waar de menselijke emotie altijd pas op de tweede plaats komt. In IJsland ben je nooit ver verwijderd van windstoten van 100 kilometer per uur, een gletsjer of een warmwaterbron.

De meeste steden hebben gloeiendhete spa's midden in de winter. IJsland kweekt ook zijn eigen snijbloemen, fruit en groenten in enorme geothermische kassen. Geothermische krachtcentrales voorzien − naast energie uit waterkrachtbronnen − in de elektriciteitsbehoefte van het land. In het hele land zorgt geothermische warmte voor 90 procent van de verwarming en het warme water. 

Natuurlijk worden de huizen in IJsland vooral verwarmd via geothermische warmte. Als ze het voorbeeld van Groot-Brittannië hadden gevolgd, zou elk huis een eigen diepe boorput hebben, en een warmtewisselaar met bijbehorende pompen en monitors om te voorkomen dat er een nieuwe vulkaan in de woonkamer uitbarst. Maar, omdat het IJsland is, is er sprake van een collectief. In IJsland wordt de warmte gedeeld.

IJsland is wereldleider op het gebied van stadsverwarming en verreweg het meest energiezuinige land van Europa. Volgens de European Geothermal Energy Council had IJsland in 2020 circa 2.600 megawatt aan geïnstalleerde capaciteit voor geothermische verwarming en koeling. De tweede plek was voor Turkije, dat tijdens COVID bijna het enige land was dat nieuwe regelingen lanceerde of er in investeerde. De aanwezigheid van Turkije in de warme wereld van stadsverwarming is relatief nieuw, en vertegenwoordigt dus een groeimodel dat andere landen goed kunnen volgen.

Na de pandemie beginnen andere landen opnieuw te investeren. De economische argumenten voor stadsverwarming zijn sterk. Het Franse Agentschap voor Energie en Milieu heeft bekendgemaakt dat de kosten van stadsverwarming en -koeling nu goedkoper zijn door gebruik te maken van geothermische bronnen, dan door gasverbranding. Afvalwarmte van elektriciteitscentrales, koelinstallaties in supermarkten en datacentra wordt nu beschouwd als een hulpbron in plaats van een hinderlijk bijproduct. Vattenfall, bijvoorbeeld, heeft kunnen voortbouwen op zijn ervaringen in Berlijn, Uppsala en Amsterdam om samen met gemeenschappen en steden zoals Edinburgh in het Verenigd Koninkrijk een warmtenetwerk op te zetten dat gebruik maakt van restwarmte van een faciliteit die energie teruglevert.

En de politieke steun voor stadsverwarming − vooral geothermische − is dwingend. De crisis in Oekraïne heeft alleen maar duidelijk gemaakt hoe afhankelijk we zijn van Russische fossiele brandstoffen om onze economieën van energie te voorzien. Het ligt voor de hand dat hoe meer we kunnen recyclen en hoe meer we kunnen winnen uit de zon en diepe geothermische bronnen, hoe veerkrachtiger we op het gebied van energie zijn en hoe politiek onafhankelijker we kunnen worden. Ooit voerden we oorlogen om land voor gewassen en mijnbouw. Nu voeren we oorlog om brandstof en energie. Maar misschien hoeven we alleen maar te kijken naar wat al onder onze voeten ligt en te onderzoeken hoe we de verborgen warmte afkomstig uit onze eigen bodem kunnen winnen.  
 
Ik zou ook willen aanvoeren dat er een krachtige maatschappelijke steun is voor stadsverwarming. We hebben een rijke culturele geschiedenis van sociaal progressieve gemeenschapsmiddelen in Europa, een fenomeen dat nu als inspiratie dient voor andere landen. Duitsland en Denemarken beschikken niet over grote vulkanische energiereserves zoals IJsland of Turkije, en toch wijzen ook zij de weg. Zo is bijvoorbeeld circa 64 procent van alle woningen in Denemarken aangesloten op een stadsverwarmingssysteem; er zijn 440 stadsverwarmingsnetten.  

Andy Wang
Andy Wang

IJsland

In het Verenigd Koninkrijk bestaan enkele inspirerende projecten die elke Deen, IJslander of Duitser met trots de zijne zou noemen. En vaak gaat het om lokale, op de gemeenschap gerichte projecten. Minder dan vijf procent van de energie die voor de verwarming van onze huizen wordt gebruikt, is afkomstig van CO2-vrije bronnen. Daarom heeft de regering twee jaar geleden zeven stadsverwarmingsnetwerken gefinancierd in Barking and Dagenham, Bristol en Leeds. Het project in Barking and Dagenham is uitgebreid en omvat nu vier stadsdelen waar Vattenfall samenwerkt met Cory, waarbij tot 75.000 woningen worden aangesloten. In Manchester zijn miniwarmtenetwerken met lage temperaturen ontwikkeld, waarbij micro-warmtepompen extra energie toevoegen aan warmtecentrales.

Het meest veelbelovend is dat Groot-Brittannië een verrassend aantal mogelijkheden biedt voor diepe geothermische warmte, niet in het minst door het grote aantal ongebruikte ondergelopen mijnen in het land die op diepte inderdaad erg warm worden. Het is geen toeval dat de mogelijkheid om de vuile infrastructuur van fabrieken, stortplaatsen, oude mijnen en zware industrie te exploiteren door rest- en afvalwarmte te benutten, betekent dat de gemeenschappen die het meest profiteren, de gemeenschappen zijn die vooral door deze industrieën werden geëxploiteerd. Zoals Bindi Patel, Head of Customer Experience bij Vattenfall Heat UK, het stelt: “De projecten waarbij wij betrokken zijn, hebben de ambitie om verwaarloosde delen van steden nieuw leven in te blazen.”

In die geest heeft Matt Wood van Bioregional vier doelstellingen geformuleerd voor de wijdverbreide invoering van groene, duurzame stadsverwarming in het Verenigd Koninkrijk. Ten eerste, onze verwachtingen over de temperaturen die haalbaar zijn bijstellen en overgaan op lage temperatuurnetwerken in combinatie met een nationaal programma om de isolatie van onze huizen te verbeteren (Nottingham is van plan een secundair lage-temperatuurnetwerk op te zetten). Ten tweede: maak van stadsverwarmingsbedrijven non-profit monopolies die gedeeltelijk in handen zijn van de gemeenschap. Ten derde moeten we de energiebedrijven reguleren, zodat ze geen restwarmte in de atmosfeer kunnen lozen. En ten vierde hebben we een langetermijnplanning en politieke overeenstemming nodig van alle partijen. Allemaal verstandige zaken.

"Een nationaal systeem van duurzame energie, dat niet gebaseerd is op de concurrentie van honderd bedrijven die allemaal op prijs concurreren om de volgende klant binnen te halen, maar dat gebaseerd is op de kracht van het getal."

Als we deze vier doelstellingen kunnen realiseren, kunnen we nog een vijfde mogelijk maken: vertrouwen scheppen in een nationaal systeem van duurzame energie, dat niet gebaseerd is op de concurrentie van honderd bedrijven die allemaal op prijs concurreren om de volgende klant binnen te halen, maar dat gebaseerd is op de kracht van het getal.

Ik vermoed dat de meeste Denen en IJslanders van nature begrijpen wat dit betekent, omdat hun samenlevingen weten wat het is om te delen. Zelfs in het Verenigd Koninkrijk weten we wat het is om een maaltijd te delen, een volkstuintje te bewerken en de opbrengst te delen, mede-eigenaar te zijn van een gemeenschapsgoed zoals een park of lid te worden van een autoclub. We zijn misschien niet langer een samenleving die verslaafd is aan het idee van eigendom en we zijn klaar voor de voordelen en de betaalbaarheid van meer gedeelde zaken. En daarmee bedoel ik warmtenetten.

Acceptatie: essentieel voor goede klimaatoplossingen

Dr. Per Espen Stoknes (PhD)
en dr. Knut Ivar Karevold (PhD)

Klimaatpsychologen, Instituut voor Klimaatpsychologie, Noorwegen  

De mensheid heeft te maken met twee grote crises: klimaat en natuur. We hebben meer groene energie nodig en we moeten beter zorgen voor de natuur en ecosystemen.

Mensen kunnen meer groene energie accepteren als een mondiale oplossing en toch de lokale gevolgen afwijzen. Mensen wijzen het af, omdat ze iets willen beschermen dat hen na aan het hart ligt: de natuur, historische bestaansmiddelen of de lokale omgeving.

Energieleveranciers moeten tegenstrijdige belangen tegen elkaar afwegen. Nieuwe groene oplossingen moeten natuur- én mensvriendelijk zijn. Mensen vinden het eenvoudiger om oplossingen 'ver van hun achtertuin’ te accepteren en de lokale gevolgen af te keuren. Het is echter niet aanvaardbaar om meer natuur te vernietigen, dus is een goede dialoog met lokale groepen nodig om duurzame energiekeuzes te maken.

We moeten weten wat acceptatie inhoudt, om de belangrijke veranderingen die voor ons liggen in goede banen te leiden.

Acceptatie staat centraal in het klimaatprobleem.

De omvang van het klimaatprobleem maakt acceptatie ervan lastig; het is onzichtbaar, abstract, complex, geleidelijk en bedreigend. Klimaatcommunicatie maakt acceptatie moeilijker door doemdenken en rampspoed.    

Acceptatie staat centraal in klimaatpsychologie.

Accepteren is ‘ja’ zeggen tegen een negatieve situatie of oplossing. Mensen vrezen, ontkennen en onderdrukken wat negatief aanvoelt; ze verwerpen, bestrijden en verzetten zich tegen wat ze onaanvaardbaar vinden. Acceptatie bestaat uit vele onderdelen: gedachten, gevoelens, behoeften en acties.    

Acceptatie staat centraal in hoe we de wereld zien.

We vergelijken wat we zien met wat we geloven. We accepteren de overeenkomsten en verwerpen de tegenstrijdigheden. Stabiele overtuigingen zorgen ervoor dat een veranderende wereld veilig lijkt. Wanneer subjectieve overtuigingen objectieve waarheden worden, zijn mensen immuun voor verandering. 

ACT toont de drie stappen naar positieve klimaatactie.

"Self defencing klimaatontkenning zorgt voor mentale rust op korte termijn, maar maakt aanpassing op lange termijn onmogelijk." 

Acceptatie staat centraal in hoe we over de wereld denken.

De afweersystemen van onze geest zijn ontworpen om de innerlijke harmonie te verbeteren door onze kijk op de wereld aan te passen. We blokkeren, veranderen of passen informatie aan die ons emotionele evenwicht bedreigt. Self defencing klimaatontkenning zorgt voor mentale rust op korte termijn, maar maakt aanpassing op lange termijn onmogelijk. 

Acceptatie staat centraal in persoonlijke identiteit.

Als mensen niet weten wat ze moeten geloven, laten ze zich beïnvloeden door anderen. Als mensen weten wat ze moeten geloven, zoeken ze gelijkgestemden. Klimaatacceptatie en -afwijzing worden sociaal overgedragen. De menselijke behoefte aan identiteit en verbondenheid kan sterker zijn dan de waarheid van hun overtuigingen.

Acceptatie staat centraal in groepsidentiteit.

Mensen vormen groepen om de klimaatuitdaging aan te gaan. Groepen die zich verzetten en groepen die opkomen voor het klimaat zijn hecht en laten zich leiden door gedeelde overtuigingen en gevoelens van morele en sociale superioriteit. Ze aanvaarden wat gelijk is en verwerpen wat anders is, en zo maken ze het moeilijker om acceptabele klimaatoplossingen uit te werken. Dialoog tussen volwassen groepen is belangrijk voor overtuigende klimaatoplossingen. Energieleveranciers moeten weten waarom mensen hun oplossingen afwijzen en aanvaardbare oplossingen bedenken.

"Effectieve klimaatcommunicatie vereist wederzijdse acceptatie van verschillen in belangen en behoeften."

Acceptatie staat centraal in effectieve klimaatcommunicatie.

Als mensen voelen dat ze openstaan voor nieuwe klimaatoplossingen, is communicatie eenvoudig. Echter, als mensen klimaatboodschappen niet horen als iets goeds voor hen, dan werken harde argumenten averechts en verhogen ze de weerstand. Mensen met een sterk overtuigde klimaatboodschap kunnen hun effect ondermijnen door kritiek te leveren op degenen die het niet begrijpen, niet accepteren of niet naleven. Effectieve klimaatcommunicatie vereist wederzijdse acceptatie van verschillen in belangen en behoeften.

Acceptatie staat centraal bij positieve klimaatactie.

Acceptatie is geen passieve toestand, het is het tegenovergestelde van opgeven. Klimaatacceptatie kan bevrijdend en zinvol zijn en aanzetten tot actie. Acceptatie van het negatieve kan hand in hand gaan met positieve hoop, idealen en doelen.

Acceptatie staat centraal in duurzame relaties.

Het voelt natuurlijk om afstand te nemen van relaties die we niet accepteren. Het is vooral moeilijk om diegenen te accepteren die klimaatmaatregelen vertragen of ondermijnen. Maar social distancing maakt het moeilijker om samen vooruitgang te boeken bij onze gezamenlijke klimaatproblemen. Acceptatie van anderen is nodig om samen verder te komen.

Acceptatie staat centraal in duurzame bedrijven.

Organisaties hebben een veel grotere voetafdruk dan individuen. Sommige gevolgen zijn onomkeerbaar. Er bestaan echt duurzame bedrijven, maar de meeste bedrijven worden nog steeds vooral gedreven door financiële duurzaamheid. Ze doen afbreuk aan de ecologische en sociale duurzaamheid. Een evenwichtige focus op mensen, planeet en winst zal nieuwe oplossingen vanuit de energiesector aanvaardbaarder maken.