
Nieuw onderzoek Vattenfall: zeevogels bij Aberdeen mijden windturbines op zee
Zeevogels blijken goed in staat om offshore windturbines bij Aberdeen te vermijden. Dat blijkt uit onderzoek bij Vattenfalls windpark voor de kust van Schotland. Tijdens negentien maanden intensieve monitoring werd geen enkele vogelbotsing vastgesteld. De resultaten laten zien dat het windpark veel minder effect heeft op zeevogels dan verwacht werd voor de bouw ervan.
Volgens dr. Eva Julius-Philipp, Director Environment & Sustainability bij Vattenfall Wind, bevestigt het onderzoek een bredere ontwikkeling: “Dit onderzoek laat opnieuw zien dat zeevogels windturbines op zee goed weten te vermijden. De resultaten bij Aberdeen maken duidelijk dat moderne windparken met een beperkt risico voor de natuur kunnen draaien. Met die kennis blijven we ons inzetten om de natuur te beschermen én hernieuwbare elektriciteit op te wekken.”
Negentien maanden monitoring, nul botsingen
Het onderzoek is uitgevoerd door Vattenfall in samenwerking met Spoor, een technologiebedrijf gespecialiseerd in biodiversiteitsmonitoring. Van juni 2023 tot en met december 2024 werd één windturbine bij het offshore windpark bij Aberdeen continu gemonitord. Daarbij werd gebruikgemaakt van een camerasysteem met hoge resolutie, ondersteund door kunstmatige intelligentie én controles door deskundigen. In deze periode werd ongeveer 95 procent van de daglichturen vastgelegd en werden in totaal 2.007 vliegbewegingen van vogels geregistreerd in de directe omgeving van de turbine.
Vijf vliegbewegingen werden in eerste instantie aangemerkt als mogelijk risicovol. Na nadere analyse bleek echter dat geen van deze gevallen een daadwerkelijke botsing betrof. In de meeste situaties bevonden de vogels zich op ruime afstand van de turbine of vertoonden zij natuurlijk gedrag, zoals het duiken naar voedsel.
Kans op botsing lager dan gedacht
Op basis van de waargenomen vogelactiviteit berekenden onafhankelijke experts dat over de volledige onderzoeksperiode van negentien maanden minder dan één botsing te verwachten zou zijn: omgerekend 0,002 botsingen. Dat resultaat staat in scherp contrast met eerdere inschattingen van vóór de bouw van het windpark, die uitgingen van gemiddeld 8,5 botsingen per turbine per jaar.
De uitkomsten sluiten aan bij eerder radar-, camera- en GPS-onderzoek bij hetzelfde windpark. Daaruit bleek al dat zeevogels windturbines doorgaans actief vermijden op afstanden van 100 tot 200 meter. Dit natuurlijke ontwijkgedrag blijkt een belangrijke verklaring voor het lage risico op botsingen.
Warmtebeeldcamera’s bij Nederlands onderzoek
Ook in Nederland doet Vattenfall onderzoek naar de kans op vogelbotsingen. Een van de turbines van windpark Hollandse Kust Zuid is uitgerust met warmtebeeldcamera’s, waardoor vogelbewegingen ook tijdens de nacht en met slecht weer kunnen worden gevolgd. De resultaten van dat onderzoek worden later dit jaar verwacht en kunnen helpen om beter te bepalen op welke momenten trekvogels de grootste kans hebben op een botsing.
Belang voor windparken
De nieuwe inzichten zijn bemoedigend voor zowel natuurbescherming als de verdere ontwikkeling van windparken op zee. Ze laten zien dat moderne windparken, in combinatie met goed ontwerp en zorgvuldige monitoring, met een beperkte impact op zeevogels kunnen opereren.
Ontwikkelaars en vergunningverleners krijgen hiermee betere en realistischer gegevens voor milieu-effectrapportages. Dat draagt bij aan zorgvuldige besluitvorming en aan het verantwoord opschalen van duurzame energie op zee.
Het volledige onderzoeksrapport is hier te vinden.
Foto boven artikel: een vogel passeert de turbine in Aberdeen. De rode stippen zijn de momenten waarop de vlucht wordt vastgelegd. Foto: Spoor


